Waardering van aandelen conform de Leidraad van de Ondernemingskamer
Inleiding
In 2025 is de aangepaste geschillenregeling (2:336a BW e.v.) in werking getreden. Zie daarover mijn eerdere artikel. In die procedure bij de Ondernemingskamer, kan een aandeelhouder vrijwillig uittreden of daartoe worden gedwongen en speelt de waardering van aandelen een belangrijke rol. Dat geldt vaak ook voor geschillen tussen aandeelhouders buiten de geschillenregeling om.
De Ondernemingskamer heeft een Leidraad vastgesteld die ingaat op belangrijke knelpunten bij de waardering van aandelen. De Leidraad geeft daarmee richting aan de prijsbepaling in de geschillenregeling (artikel 2:343c BW) en bevordert zo de rechtszekerheid voor partijen die gebruik (willen) maken van de geschillenregeling. De Leidraad kan echter ook nuttig zijn als aandeelhouders er op een andere manier proberen uit te komen. Deze bijdrage gaat in op een aantal belangrijke punten uit de Leidraad voor de waardering van aandelen.
Uitgangspunten voor de waardering
De opdracht van de waarderingsdeskundige is om te bepalen wat de waarde van de over te dragen aandelen of certificaten op een bepaalde datum is. De Ondernemingskamer kan de waarderingsdeskundige ook vragen bepaalde onderwerpen (zoals gedragingen van een bestuurder of aandeelhouder) die van invloed kunnen zijn geweest op de waarde in zijn onderzoek te betrekken. Het doel van het rapport van de waarderingsdeskundige is om de Ondernemingskamer in staat te stellen een reële en redelijke vergoeding voor de aandelen of certificaten vast te stellen, dat wil zeggen een prijs die in redelijke verhouding tot de waarde van de onderneming staat.
De Leidraad geeft als uitgangspunten voor de waardering:
- De waarde van het aandelenbelang wordt vastgesteld op een pro rata parte deel van 100% van de aandelen of certificaten. In beginsel wordt er dus geen minderheidskorting of meerderheidsopslag toegepast.
- De onderneming wordt zelfstandig (stand alone) en op dezelfde wijze (going concern) voortgezet.
- De peildatum is in beginsel het moment waarop de Ondernemingskamer beslist op het verzoek tot uittreding of uitstoting.
- Voor de waardering wordt de Discounted Cash Flow (DCF)-methode (of een variant daarvan) gebruikt. Daarbij worden de verwachte toekomstige geldstromen contant gemaakt. De deskundige mag dit combineren met andere methoden ter kruiscontrole of afwijken van de DCF-methode als hij toelicht waarom een andere grondslag leidt tot een betere bepaling van een reële en redelijke vergoeding voor de aandelen.
- Bepalingen over de waardering in de statuten of aandeelhoudersovereenkomst worden meegenomen in de waardering, tenzij toepassing daarvan zou leiden tot een onredelijke uitkomst.
Medewerkingsplicht
Partijen moeten de deskundige in staat stellen zijn werk goed te doen door hem toegang te geven tot alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die hij relevant acht voor het onderzoek. Dit kan ook gelden voor andere nauw verbonden vennootschappen. Relevante gegevens kunnen ook interne rapportages en notities, managementinformatie, gespreksverslagen, notulen, correspondentie, e-mails en berichten die zijn verzonden via sociale media zijn. Als een partij zijn medewerking weigert, dan kan de raadsheer-commissaris (die vanuit de Ondernemingskamer toeziet op het deskundigenonderzoek) hem bevelen tot medewerking en ook kan de Ondernemingskamer aan die weigering consequenties verbinden.
Vertrouwelijkheid
Omdat de deskundige toegang krijgt tot vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie is het van belang dat de vertrouwelijkheid is gewaarborgd. Uiteraard is de deskundige tot geheimhouding verplicht, maar dat geldt ook voor de andere betrokken partijen. De deskundige hoeft niet altijd alle informatie met alle betrokken partijen te delen en niemand mag mededelingen doen over het waarderingsrapport.
Hoor en wederhoor
De deskundige zal partijen zo goed mogelijk in staat stellen zich uit te laten over zijn bevindingen. Met andere woorden: de bevindingen van de deskundige moeten herleidbaar en toetsbaar zijn. Als de deskundige toegang zich baseert informatie die vanwege de vertrouwelijkheid daarvan niet aan alle partijen ter beschikking staat, dan kan een partij daar bezwaar tegen maken en zal de Ondernemingskamer kunnen beslissen dat die vertrouwelijke informatie alsnog moet worden gedeeld of buiten beschouwing moet worden gelaten.
Conclusie
Indien u meer informatie wilt over de geschillenregeling bij de Ondernemingskamer of zich in een situatie bevindt waarbij aandelen moeten worden gewaardeerd, neem dan contact op met Robin de Jong