Wat speelde er?
Werkneemster treedt per 1 oktober 2022 in dienst bij werkgever als Chief Operational Officer (COO) en wordt bij indiensttreding direct benoemd als statutair bestuurder. Na enige tijd uit werkgever klachten over haar functioneren, waarna werkneemster zich begin april 2023 ziek meldt. Er blijkt echter meer te spelen. Werkgever start een onderzoek naar vermeend grensoverschrijdend gedrag van werkneemster, waarna een schorsing volgt.

In juli 2023 oordeelt de bedrijfsarts dat sprake is van een arbeidsconflict en partijen wordt mediation geadviseerd. Het advies van de bedrijfsarts blijkt niet aan werkgever besteed. Nog op dezelfde dag ontvangt werkneemster een uitnodiging voor de aandeelhoudersvergadering met op de agenda haar ontslag als statutair bestuurder en de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst. Het voorstel wordt anoniem aangenomen. Werkneemster wordt op staande voet ontslagen als statutair bestuurder, zodat ook haar arbeidsovereenkomst per direct eindigt.

Verzoek werkneemster
Werkneemster besluit in actie te komen en verzoekt de rechter haar werkgever te veroordelen tot betaling van onder meer de transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding van € 147.000,- bruto.

Wat oordeelt de rechter?
De eerste juridische hindernis weet de werkgever nog te doorstaan. Volgens de rechter heeft werkneemster onvoldoende onderbouwd dat haar vennootschapsrechtelijke ontslag, dus haar ontslag als statutair bestuurder, niet rechtsgeldig is.

Bij de tweede juridische hindernis kijkt de rechter of de arbeidsovereenkomst van rechtsgeldig is beëindigd. Hier heeft werkgever minder geluk. De rechter overweegt dat voor het opzeggen van een arbeidsovereenkomst een geldige reden voor ontslag aanwezig moet zijn (artikel 7:669 lid 3 BW). Bij afwezigheid hiervan, kan het ontslag weliswaar niet worden teruggedraaid, maar is toekenning van een billijke vergoeding wel mogelijk. Het had volgens de rechter in de reden gelegen om, in lijn met het advies van de bedrijfsarts, mediation in te zetten. Vaststaat dat het gedrag waarover werkgever geklaagd heeft, zich heeft voorgedaan van oktober 2022 tot januari 2023. Werkgever kon echter geen bevredigende verklaring geven waarom tot juli 2023 is gewacht tot het verlenen van ontslag op staande voet. Hierdoor is het ontslag niet onmiddellijk gegeven en daarom niet rechtsgeldig.

Omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is verleend, heeft de werknemer recht op de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Bij het bepalen van de billijke vergoeding neemt de rechtbank in overweging dat de werknemer geen kans kreeg om zich te verweren tegen de beschuldigingen, dat (al) in april 2023 een verstoorde relatie ontstond, en dat de werknemer vanaf 1 augustus 2023 ander werk heeft gevonden. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op € 15.000,- bruto.

Lees hier de hele uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:3&showbutton=true&keyword=ECLI%253aNL%253aRBMNE%253a2024%253a3&idx=1

Wil je meer weten over de positie van een statutair bestuurder bij ontslag? Matthijs Bos en Sharif Ali helpen je graag verder.